Bodeminsecten bestrijden

Engerlingen zijn de larven van verschillende kevers. Tijdens de wintermaanden zitten ze diep onder de grond en komen bij het stijgen van de bodemtemperatuur weer bij de graszode, waar (weer) grote schade wordt aangericht door vraat. Aardrupsen zijn larven van nachtvlinders o.a. Agrotis spp. In rusttoestand opgerold, vlak onder de grond. Ze zijn 4-6 cm lang en hebben 8 paar poten. Ze veroorzaken hoofdzakelijk schade in geplante groentegewassen. De ritnaald of koperworm is de larve van een kever uit de familie kniptorren (Elateridae). De meest schadelijke soorten zijn Agriotes lineatus en Agriotes obscurus. De kniptor zet in mei-juni haar eitjes vooral af in grasland, (winter-)granen en dicht onkruid. De Rouwvlieg is een zeer klein levendig insect, wat opvliegt bij aanraking van de plant. De eitjes van de rouwvlieg worden afgezet in grasland en gazon. Ze komen zeer snel uit en geven, op glazen staafjes gelijkende, larven die net onder de grond leven. De taxuskever richt schade aan de bladeren van bomen en planten. Dit is niet zeer ernstig voor het gewas, het is alleen esthetisch minder fraai. De larven van de taxuskever veroorzaken echter veel meer schade in bomen, hagen en sierplanten. Emelten zijn de grauwgrijze larven van langpootmuggen. Ze voeden zich in het begin met afgestorven plantendelen, maar naarmate de emelten ouder worden, vreten ze ook aan de levende planten.